een goede band met je kind
Een goede band met je kind in 6 stappen
1. Besteed regelmatig en ongevraagd aandacht aan je kind, het zgn. speelkwartiertje.
En doe dat op deze manier: je bedenkt eerst hoe lang je tijd hebt, bijvoorbeeld een kwartier of 20 minuten. Gedurende die tijd ben je bij je kind, of dat nu een baby, een kleuter of puber is. In die tijd stel je je volgend op. Ik bedoel daarmee: je kijkt wat je kind doet, luistert wat het zegt, vraagt wat je kind wil doen, en wat jouw aandeel daarin kan zijn. Het belangrijkste is: in die tijd is je kind de leider. Jij volgt alleen maar. Je stelt geen sturende vragen, geeft geen advies, weet het niet beter, merkt geen fouten op, oordeelt zelfs helemaal niet. Als het kwartier om is, stop je en ga je weer over tot de orde van de dag. Het is het mooiste als je dit 2 a 3 keer per week doet.
Moeilijk? Ja.
Effectief? Absoluut! Ontwapend. Ontroerend. Een eye-opener. Confronterend. Dat zijn enkele reacties die ik hoor van ouders.
2. Leer actief te luisteren.
Dat is een manier van luisteren waardoor je kind zich gezien en geaccepteerd voelt. Dit doe je niet altijd, maar op de momenten waarop je kind iets kwijt wil, of ergens mee zit. En jij dus geen probleem hebt.
Actief luisteren lijkt heel makkelijk, maar wat vinden we het als ouders moeilijk om het kind zelf te laten praten, denken, oplossen, zonder onze wijze lessen en raadgevingen te geven. (Waardoor je kans hebt dat je kind boos wordt, of dicht klapt, of onzeker wordt, want jij weet het blijkbaar beter). Dus: luister en reageer met geluidjes ten teken dat je luistert (aha, hmm, ja, zo..). Herhaal eens wat. Vat samen. Verwoord de verlangens die je hoort .(“Ja, hé, jij zou wel de hele dag ijsjes willen eten”. Je kind weet heus wel dat dat niet kan/mag.) Voeg verder niks toe.
Actief luisteren is trouwens ook heel geschikt om te doen bij je partner, vriendin, moeder, collega’s, etc.
3. Laat je kind met rust.
Bemoei je niet met je kind als het zelf aan het spelen, rommelen, hangen is. Zolang er geen huisregels worden overschreden of er levensgevaar is, laat ze gaan. Geef ze ruimte binnen jouw grenzen (dat zijn die huisregels). Ik zie bij veel ouders dat ze goedbedoeld maar ongevraagd allerlei tips en aanwijzingen geven aan hun spelende kind. ” Waarom speel je niet met de nieuwe krijtjes die je van oma hebt gekregen?” ” Kijk, zo hoort het, laat mij het maar even in elkaar zetten.” Hoeft niet. Beter van niet zelfs.
4. Maak weinig maar dan wel goede complimenten.
” Mooi!” “Goed zo!” “Gewonnen? Goed van jullie hoor”
We zeggen het elke dag. Een recept voor het ontwikkelen van faalangst. Want wat voor boodschap geeft dat je kind eigenlijk? Nou, naast dat je blijkbaar tevreden bent, bijvoorbeeld: “Ik beoordeel je steeds en het is belangrijk om een positief eindresultaat te behalen.” Wat voor gevoel geeft dat je kind?
En wat zegt dat over het (leer)proces van je kind? Of over het plezier dat je kind had? En wat als het resultaat eens minder is? Of zeg je dan ineens: “Ah joh, het gaat maar om het spelletje.”
En weet je kind eigenlijk waarom je de tekening mooi vindt, of de balletvoorstelling goed? Leert het er iets van over zichzelf?
Een goed compliment voldoet aan drie eisen:
- welgemeend, (eerlijk)
- precies omschreven, (zo specifiek mogelijk wat je mooi, leuk, knap, etc. vindt)
- en gekoppeld aan een eigenschap van je kind. (je kind heeft die en die eigenschap en dat blijkt uit deze prestatie.
Leg het uit. En zie je kind stralen, en zichzelf leren kennen en waarderen.
Klinkt lastig, is heel goed te doen.
5. Geef ik-boodschappen.
Soms doet je kind iets waar je last van hebt. Of je maakt je ergens zorgen over. Of je wilt iets vragen. Spreek je kind dan aan met een ik-boodschap. Zeg wat je ziet, hoort en wat je voelt en nodig hebt.
Zeg bijvoorbeeld: “Ik zie dat je met moddervoeten door het huis loopt. De vloer wordt helemaal vies, dat vind ik heel vervelend.” (in plaats van: Naar buiten jij! Ben je helemaal gek?!)
Of: “Ik heb hoofdpijn en ik heb last van de muziek.”
Je zult merken dat je kind, nu je niet meteen in de verwijtsfeer gaat, maar alleen opmerkt, zich verantwoordelijk gaat voelen voor zijn of haar gedrag en gaat meedenken om een oplossing te verzinnen.
En dat de sfeer veel beter blijft.
En zelfs dat je kind beter gaat luisteren naar jou.
6. Zorg goed voor jezelf.
Het mooiste kado dat je je kind kunt geven, naast bovenstaande punten, is gelukkige ouders hebben. (en het allerliefst: gelukkig met elkaar).
Investeer dus in jezelf en je relatie. Zorg dat je kunt uitrusten, bijtanken, geïnspireerd raakt. Neem de verantwoordelijkheid voor je eigen geluk. Doe een leuke cursus of workshop waardoor je je geholpen voelt. Onderhoud je sociale contacten. Als je als ouder namelijk niet voor jezelf zorgt, dan gaat je kind dat (onbewust) doen.